Regels voor een filosofisch gesprek
Het kenmerkende van een filosofisch gesprek is het onderzoeksmatige karakter. Waarbij we niet aan de leiband lopen van andere filosofen, maar vertrouwen op ons eigen denken.
Vertrekpunt is meestal een algemene of filosofische vraag. Dat zijn vragen waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn. Een filosofische vraag is geen weet-vraag - het antwoord daarop kun je vinden op internet. Een hoe-vraag is (meestal) ook geen geschikte vraag: filosoferen beoogt niet een oplossing te vinden.
Om het filosofische onderzoek een vaste bodem te geven, vormt een concrete ervaring van een van de deelnemers de referentie. Daaraan toetsen we onze opvattingen.
Het gaat om het gezamenlijk zoeken van betekenis. Wat zijn achterliggende principes bij een bepaalde opvatting? Wat zijn daarvoor de argumenten?
Het gaat ook vooral om elkaar begrijpen. Wat bedoelt de ander? En misschien nog interessanter: wat bedoel ik zélf eigenlijk precies?
De beste manier daarvoor is elkaar vragen stellen. Wat bedoel je? Heb je een voorbeeld? Of alleen maar: hoezo?
Het belangrijkste is goed luisteren. Als je de ander letterlijk neemt, kun je de beste vragen stellen. Daarom is het ook het makkelijkst als er bondig wordt gesproken. Mensen die lange betogen houden, weten meestal niet wat ze precies bedoelen. En voor de toehoorders wordt het dan ook lastig om heldere vragen te stellen.
Tenslotte, en een van de moeilijkste regels om aan te houden: advies geven hoort niet bij een filosofisch gesprek. Immers, het gaat niet om oplossingen.
Gespreksleider Als gespreksleider probeer ik het gesprek in goede banen te leiden. Dat betekent dat ik de hierboven geformuleerde regels probeer te handhaven. Daarbij zal ik vragen stellen die het filosofisch onderzoek zouden moeten bevorderen. Het heeft daarbij geen extra waarde als ik ook mijn ideeën deel. In die zin weet ik niet meer dan andere deelnemers.
© Op alle teksten van deze blog rust auteursrecht. Zonder toestemming mogen teksten of fragmenten niet worden overgenomen.